Het carpaaltunnelsyndroom is een van de meest voorkomende zenuwbeknellingen bij de mens.
Zowel mannen als vrouwen kunnen getroffen worden – bij vrouwen vooral tijdens hormonale veranderingen zoals zwangerschap of menopauze, bij mannen vaker op hogere leeftijd.
Ook lichamelijke belasting en herhaalde polsbewegingen kunnen bijdragen aan het ontstaan van dit syndroom.
De typische klachten zijn tintelingen en gevoelloosheid van de duim tot en met de ringvinger, vaak ’s nachts, wat de slaap kan verstoren.
Veel patiënten melden ook klachten tijdens het fietsen.
De oorzaak is zwelling van de peesscheden aan de buigzijde van de pols.
Op deze plaats lopen de buigpezen samen met de nervus medianus door het carpaalkanaal, dat aan de ene kant door bot en aan de andere kant door een stevig band wordt begrensd.
Bij zwelling ontstaat druk op de zenuw, die hierdoor pijn en foutieve signalen afgeeft.
De diagnose wordt gesteld door een ervaren chirurg, en bevestigd door een neuroloog via een zenuwgeleidingsonderzoek.

Bij de operatie wordt het dak van het carpaalkanaal voorzichtig doorgesneden met een minimaal invasieve techniek.
De ingreep vindt plaats onder lokale verdoving.
De snede is klein (ongeveer 1,5 cm) en biedt een goed zicht op de nervus medianus, die met behulp van een loepbril zorgvuldig wordt vrijgelegd.
Met speciale haakjes kan de zenuw over een lengte van tot 12 cm worden gevolgd en worden de verklemmende banden erboven losgemaakt.